TOEKOMSTIGE SCHOONDOCHTERS

zo25feb18-625px breed

Ooit wilde ik graag dochters, maar ik kreeg twee zoons. Twee fantastische kerels, van wie ik heel veel hou. Ik ben blij dat ze in mijn leven zijn. Bovendien zijn jongens een stuk ongecompli- ceerder dan meiden. Af en toe moest ik wel wennen aan het hoge testosteronniveau in huis. Stoeien, mam? Nee, mam wil liever een kusje.

Met mijn vriendin mijmer ik weleens over wat voor type schoon- moeder wij later zullen zijn. Wij hebben één ding gemeen: we zijn zelf beiden geen ideale schoondochters in de ogen van onze schoonmoeders. Maar wie is wel goed genoeg voor hun lieve, voorbeeldige zoons? Wij hebben ze ‘overgenomen’. Die zoons werden vroeger gekoesterd door moeders die vaak niet of nauwe- lijks buitenshuis werkten en alle tijd en aandacht voor hen hadden. En nu moeten ze functioneren met werkende vrouwen, gedeelde huishoudelijke taken en hoge vaderschapseisen. Ach, arme zoontjes ...

Laatst vertelde iemand mij een verhaal. Een moeder en een schoonmoeder bespraken de positie van hun (schoon)zoon. De moeder van de vrouw zei: ‘Ach, ik heb zo’n aardige schoonzoon, zo’n fijne vent. Hij is een steun en toeverlaat voor mijn dochter.’ De moeder van de man in kwestie had een andere waarheid: ‘Ik heb medelijden met mijn zoon. Hij moet zoveel doen voor zijn gezin.’

Kun je eigenlijk überhaupt van je schoondochter verwachten dat zij zichzelf met dezelfde passie wegcijfert voor haar partner, zoals moeders dat vaak doen voor hun zoon? Toen ik laatst na een intensieve tweedaagse workshop onderweg was naar huis, voelde ik mijn benen amper nog. Ik was zó moe, het enige waar ik aan dacht was mijn bed. Mijn mobiel ging in de auto. Het was mijn zoon: ‘Mahám, wil je straks alsjeblieft mijn voeten masseren, want dan slaap ik zo lekker.’ Mijn primaire gedachte was: Pfff, nu even niet. Maar mijn moederhart zei: ‘Natuurlijk doe ik dat voor jou. Ik ben over een halfuurtje thuis.’ En in alle eerlijk- heid ... Als mijn man gebeld zou hebben, met dezelfde vraag, dan had ik waarschijnlijk gezegd: ‘Morgen ben je de eerste!’

Kunnen mijn vriendin en ik straks, als toekomstige schoonmoe- ders, deze nieuwe vrouwen in ons leven accepteren en ze de ruimte geven om op hun eigen wijze de relatie vorm te geven? Kunnen wij ons vanuit liefde verbinden aan de door onze zonen uitverkoren echtgenotes?

Mijn vriendin verzorgde haar, inmiddels overleden, demente- rende schoonmoeder iedere dag in het verpleegtehuis. Ondanks de haat-liefdeverhouding tussen hen, was ze trouw in haar bezoek. Ze zorgde ervoor dat haar schoonmoeder er als een dame bij lag, want dat wilde ze altijd graag. Met alle liefde trok ze met een pincet de haren uit haar kin en knipte en lakte haar teennagels. In die tijd zei mijn vriendin iets tegen mij wat ik nooit zal vergeten: ‘Gooi er straks maar een Otazu-ketting tegenaan.’ Met andere woorden: omarm en verwen je schoondochters, want je hebt ze straks hard nodig!